It’s all about the money, overdenking zondag 26 mei, Hand. 5

Twee weken geleden stond er een man voor de rechtbank. Hij wordt ervan beschuldigd zijn schoonmoeder te hebben gedood en zijn ex vrouw zwaar te hebben verwond. Toen de rechter de aanklacht had voorgelezen, riep hij: “Alles wat u daar zegt, heb ik gedaan. Ik heb heel veel mensen pijn gedaan, geef mij alsjeblieft levenslang.”

De uitspraak moet nog komen. Maar dit is toch wel opmerkelijk. Iemand die zijn schuld ruiterlijk erkent en vraagt om de maximale straf.
Of de nabestaanden er ook zo blij mee zijn, weet ik niet. Want de man mag misschien schuld bekennen, het bewijs is ook overvloedig, maar je weet dan nog niet waarom hij het gedaan heeft. Het lijkt me dat je als nabestaande dat ook wilt weten. Je krijgt ze er niet mee terug. Maar een verklaring over zijn motieven kan wel antwoord geven op kwellende vragen. Ook daar is een rechtszaak voor bedoeld, dunkt me.

Die hele geschiedenis frappeerde me, in het licht van de lezing van deze zondag. Het verhaal van Ananias en Saffira heeft voor mij altijd iets onverkwikkelijks. Ik vraag me dan af: moet dat nou werkelijk zo? Ze vallen beiden dood neer, zonder dat ze een eerlijk proces hebben gehad. En is hun misdaad nu werkelijk zo groot? Ze hebben wat geld achterhouden van de verkoop van hun akker. Ze hebben niet alles gegeven aan de kerk, ook al lijken ze die indruk te wekken, maar zelfs dat is iets wat niet helemaal duidelijk wordt.

Voor Ananias geldt dat zeker. Hij krijgt geen enkele gelegenheid om zijn woord te doen, niet voor een verklaring, geen tekst en uitleg. Wij weten daarom niet wat hem heeft bezield, welk motief hij heeft gehad. Petrus vraagt het wel, maar hij wacht het antwoord niet af. Hij vult het zelf al in!
Zijn vrouw Saffira krijgt nog wel het woord, zonder dat ze op de hoogte is wat er met haar man is gebeurd. Haar antwoord maakt het er natuurlijk niet beter op: ze liegt over het geld. En ze heeft het samen met haar man bedacht, dus het slaat achteraf ook op hem terug. Maar waarom ze het hebben gedaan?
Ze krijgt geen gelegenheid om dat uit te leggen of op te biechten, desnoods. Het vonnis is al vastgesteld voor de rechtszaak goed en wel is begonnen.
En dan daarbij.
Moet op deze misdaad meteen de doodstraf staan? Krijgen zij geen kans om eerlijk schuld te bekennen, om berouw te tonen, om alsnog het bedrag aan te vullen of desnoods om tot een schikking te komen?
Nee. Dood. Pats boem.

Zijn die Ananias en Saffira nou zo heel slecht?
Ze hebben een flinke gift gegeven aan de kerk. Dat hadden ze ook niet hoeven doen. Maar zij hebben het gedaan. Ze hebben een akker goed verkocht. Is het zo raar dat ze een deel van de opbrengst voor zichzelf houden? Daar hebben ze toch alle recht toe? Het lijkt me zelfs verstandig, om dat zo te doen…

Ja, maar ze hebben erover gelogen, is dan de uitleg. Dat weet Petrus blijkbaar al.
En dan wordt er bij menige uitlegger een heel verhaal gemaakt van het bedrog van die beiden. Die uitleggers weten meer over hun motief, meer dan de tekst ons meedeelt, meer dan dat de beide echtelieden te melden hebben.
Dan wordt gezegd dat ze graag in hoog aanzien wilden komen. Dat ze het helemaal niet deden uit liefde voor de  gemeenschap, maar voor eigen status en eigen roem. Er wordt alles aan gedaan om deze twee mensen maar zo zwart mogelijk te maken. Volgens mij ook om te rechtvaardigen waarom ze deze zware straf krijgen. Maar is dat overtuigend?

En dan nog blijft het steken dat ze geen tweede kans hebben gekregen.
Ieder mens verdient toch een tweede kans? Wij hebben het in de kerk graag over een God van liefde en genade, bij wie je altijd weer terug mag komen, bij wie je altijd weer opnieuw mag beginnen.
Dat rijmt niet helemaal.

We gaan dat vanmorgen niet gladstrijken, maar er is toch wel wat meer te zeggen, bij dit verhaal en bij het geheel van de situatie van die eerste, jonge, gemeente in Jeruzalem. Want daar hebben we het over, in die eerste hoofdstukken van het boek Handelingen.

Het begint allemaal zo mooi, zo idyllisch.
We horen hoe ze met elkaar omgaan, haast te mooi om waar te zijn. Ze leven eendrachtig samen. Ze kennen geen persoonlijk eigendom meer, want ze hadden alles gemeenschappelijk…Niemand onder hen leed enig gebrek, staat er. En dan komt het: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst bij de kerkenraad en het werd naar behoefte in de gemeente verdeeld.
Het lijkt wel het communisme, zoals het nooit in de praktijk is gebracht.

Want dit is kennelijk te idealistisch voor mensen.
Ja, er zijn kloosters en abdijen, waar ze in gemeenschap leven; er zijn leefgemeenschappen die dat vandaag proberen, communes, of andere vormen van gemeenschappelijk delen; maar hoe vaak stranden dat soort idealistische initiatieven niet op een gegeven moment een zachte dood, of nou ja zacht, vaak met de nodige ruzies …

Het is kennelijk te idealistisch voor mensen, in die eerste gemeente. Het staat er wel zo mooi, eendracht en saamhorigheid, alles zullen we samen eerlijk delen, maar de praktijk is weerbarstig, en dat begint al meteen.
Direct na deze mededeling, het verhaal van Ananias en Saffira.
En het is nog maar even, en we horen dat er onenigheid in de gemeente ontstaat over de onderlinge hulpverlening (Hand. 6), daar gaan we het een volgende keer over hebben.

Het verhaal van dat ongelukkige echtpaar, is ook een contrastverhaal. Het staat scherp tegenover het ideale plaatje. Het is er als het ware de negatieve spiegeling van, vandaar misschien ook de scherpe veroordeling. Het is zwart – wit.

Het is een verhaaltechniek die vaker gebruikt wordt door de schrijver, om de tegenstellingen aan te zetten, uit te vergroten misschien wel.
Hier staan Ananias en Saffira als contrastfiguren tegenover een zekere Josef of Barnabas, waarvan verteld wordt dat hij een akker bezat, deze verkocht en het geld bij de apostelen bracht. Tegenover dit ‘model-verhaal’, dus dit contrastverhaal.
En het zorgt dus voor een schrikeffect, wat ook de bedoeling zal zijn geweest: ‘De hele gemeente en allen die hiervan hoorden, werden door grote schrik bevangen’.

Het contrast wordt zwaar aangezet. Het is kennelijk een heikel punt.
In dit gedeelte wordt voor het eerst gesproken in Handelingen over de ‘gemeente’, de ekklesia in het Grieks. De term die straks gemeengoed wordt. Wat hier speelt zou je dus kunnen zien als een soort lakmoesproef, wat die gemeente werkelijk waard is, want dat staat ook op het spel. De handelingen van Ananias en Saffira gaan de hele gemeente aan.
En dan gaat over geld.
De eerste grote crisis in het leven van de jonge gemeente, gaat over geld.
Misschien mag je daar ook iets symbolisch in zien. Alsof hier zich de oerzonde van de kerk / gemeente openbaart.

Het conflict gaat niet over de juiste leer, over de veronderstelde wedergeboorte of zoiets, of over het al dan niet zintuiglijk spreken van de slang in het paradijs – ik noem maar even wat voorbeelden waar je heel goed over twisten kunt; nee, het gaat over geld en bezit, en misschien ook wel over macht en prestige.
De lakmoesproef van gemeente zijn, is dus niet de juiste leer, maar de juiste praktijk. Hoe je omgaat met het bezit, met geld, met have en goed.

Het thema ‘geld’ en het gevaar van geld, of rijkdom, of gierigheid, is een doorlopend onderwerp in het werk van Lucas de schrijver. Dat speelt volop in zijn evangelie en nu hij het vervolg daar op schrijft, is het een thema dat meteen aan het begin terugkeert.
In geldzaken ligt het bedrog op de loer. Fraude heet dat, en daar zijn vele vormen van.
Het handelen van Ananias en Saffira heeft iets frauduleus. Het is niet helemaal zuiver. Er komen oneigenlijke motieven in het spel. En als het niet helemaal eerlijk gaat, moet er om gelogen worden, zie de reactie van Saffira, en de meeste leugens komen uit. In ieder geval heeft Saffira geen duur advocatenbureau dat ze in de arm kan nemen om hun fraude af te dekken…

En het begon zo mooi: Alles gemeenschappelijk… Niemand leed enig gebrek…  Als het een contrastverhaal is, dan toch niet om het negatief tot voorbeeld te stellen. Maar juist om het positief beter uit te laten lichten, zou je denken.

Ook al mag het dan idealistisch zijn, ook al mag het zelfs wat wereldvreemd overkomen, dat hele idee dat eendrachtig gemeente zijn betekent dat je naar elkaar omziet; dat je niet je eigen belang op de eerste plek stelt; dat je zorg draagt voor elkaar; dat niemand gebrek hoeft te leiden als je eerlijk deelt; dat hele idee dat gemeenschap begint bij de tafel van samen delen; dat de hele gemeenschap gebaseerd is op het voorbeeld van Jezus zelf die niets voor zichzelf behield maar alles wat hij aan liefde in zich had deelde en gaf aan de mensen, aan de minsten het allermeest; – – dat hele idee dat kan toch niet alleen maar een luchtspiegeling zijn, of alleen maar iets voor later? Iets waar we vandaag de dag niets mee aan kunnen vangen? Of wat mij ieder maar voor zichzelf moet weten?
Nee, de handelingen van Ananias en Saffira gaan de hele gemeente aan.
Dat is het verontrustende van dit verhaal, en dat moet zo ook blijven.
Want als ik het mij te gemakkelijk maak, maak ik mij er van af.

De kerk – de gemeente – is voor mij ook altijd de gemeenschap waar je gestimuleerd wordt om de reikwijdte van het mogelijke te vergroten. Blijven dromen van een wereld en een gemeenschap die wél beantwoordt aan het ideaal van het Koninkrijk. Geloven is niet onmogelijke illusies koesteren, maar wel het vertrouwen bewaren dat er meer mogelijk is dan je vaak denkt en dat het altijd anders kan en beter, ook in je eigen leven. Dat kan ik niet op eigen kracht. Daar moet ik steeds weer toe uitgedaagd worden. Daar heb ik jou voor nodig en wij elkaar om ons scherp te houden, bij de les, bij waar het allemaal mee begon.

Ik sluit af met enkele gedachten van Jacques Ellul, een Franse docent, filosoof, protestant, die heel zijn leven heeft geprobeerd om als een christen te leven in de moderne maatschappij. Hij is in 1994 overleden.

Hij vraagt zich af:
Wat betekent het geloof in Christus nog als ons gedrag en onze levensstijl steeds meer worden bepaald door de macht van geld en van de markt?
Zijn antwoord:
Christenen moeten een levensstijl zoeken om aan de druk van wereldse structuren te ontsnappen. We kunnen de problemen niet oplossen met een linkse, of met een rechtse of met een christelijke politiek. We kunnen wel, midden in de wereld, kiezen voor een andere manier van leven waarin de veranderende kracht van het Evangelie zichtbaar wordt.

En wat betekent dat concreet?
Ik zoek graag met u mee.

AMEN