Orde van dienst, zondag 21 april 11.00 uur

4e zondag van Pasen
liturgische kleur: wit

Voorganger Ds. Bert Altena
Lector Koos Akkerman
Ouderling taakdrager Sylvia Bakker
Diaconale taakdrager Herma Ufkes
Organist Bouko Tiggelaar
Koster Jan Mulder
Beeld & Geluid Sander Tiggelaar

U kunt deze viering rechtstreeks (en later) bekijken via deze link of beluisteren via www.kerkomroep.nl

Orgelspel

Woord van Welkom

V O O R B E R E I D I N G

Aansteken van de tafelkaarsen    moment van stilte

Votum

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

(Allen gaan staan)

Groet en Bemoediging

V: Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus, de Heer
A: AMEN.

V: Onze hulp is in de Naam van de HEER,
A: DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT

Gebed van toenadering
V: Hoor ons aan, Eeuwige God
A. hoor naar ons bidden
V: Gij die onze harten aanziet,
Gij, die onze diepten peilt,
A: blijf ons niet verborgen
V: Wij herkenden U niet,
wij zochten ons zelf.
A: Gij, Heer, vergeef ons
V: Doe ons herleven
en maak ons weer nieuw,
A: geef ons uw genade
V: Breng ons in het reine
met U en met elkaar.
A: Zegen ons met vrede
en laat lichten uw aangezicht, AMEN

Openingslied Psalm 65: 1, 2 en 6 (Allen gaan zitten)


1          De stilte zingt U toe, o Here,
in uw verheven oord.
Wij zullen ons naar Sion keren
waar Gij ons bidden hoort.
Daar zal men, Heer, tot u zich wenden,
tot U komt al wat leeft,
tot U, o redder uit ellende,
die alle schuld vergeeft.

2          Zalig wie door U uitverkoren
mag wonen in uw hof,
hoezeer hij door zijn schuld verloren
terneerlag in het stof.
Wij worden door U begenadigd
die heilig zijt en goed.
Gij die ons in uw huis verzadigt
met alle overvloed.

6          Gij kroont het jaar van uw genade.
Waar Gij getreden zijt
tooit de woestijn zich met een wade,
de heuvels zijn verblijd.
De weidegrond is wit van schapen,
het dal van koren blond.
Dit is het land door U geschapen,
uw lof schalt in het rond

Kyriegebed, met gezongen acclamatie 367 b

Gloria: Lied 654, 1, 2, 4 en 6

1          Zingt nu de Heer, stemt allen in
met ons die God lofzingen,
want Hij deed ons van het begin
verrukkelijke dingen.
Hij heeft het menselijk geslacht
in ’t licht geroepen en bedacht
met louter zegeningen.

2          Maar wij verkozen ’t duister meer
dan ’t licht door God geschapen
en dwaalden weg van onze Heer
als redeloze schapen.
Wij hebben dag en nacht verward,
de nacht geprezen in ons hart
en onze dag verslapen.

4          Maar God heeft naar ons omgezien!
Wij, in de nacht verdwaalden,
hoe zou het ons vergaan, indien
Hij ons niet achterhaalde,
indien niet in de duisternis
het licht dat Jezus Christus is
gelijk de morgen straalde.

6          Zingt dan de Heer, stemt allen in
met ons die God lof geven:
Hij schiep ons voor een nieuw begin,
hoeveel wij ook misdreven.
Hij riep ons uit de nacht in ’t licht
van zijn genadig aangezicht.
in Christus is ons leven!

D I E N S T    V A N    H E T    W O O R D

Groet

V: De Heer zal bij u zijn
A: DE HEER ZAL U BEWAREN

Gebed

Moment met de kinderen Eerste lezing: Ezechiël 34: 1 – 10

Lied 1010, 1, 2 en 3

1          Geef vrede, Heer, geef vrede,
de wereld wil slechts strijd.
Al wordt het recht beleden,
de sterkste wint het pleit.
Het onrecht heerst op aarde,
de leugen triomfeert,
ontluistert elke waarde,
o red ons sterke Heer.

2          Geef vrede, Heer, geef vrede,
de aarde wacht zo lang,
er wordt zo veel geleden,
de mensen zijn zo bang,
de toekomst is zo duister
en ons geloof zo klein;
o Jezus Christus, luister
en laat ons niet alleen!

3          Geef vrede, Heer, geef vrede,
Gij die de vrede zijt,
die voor ons hebt geleden,
gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven
bevrijd van angst en pijn,
de mensen blijdschap geven
en vredestichters zijn.

4          Geef vrede, Heer, geef vrede,
bekeer ons felle hart.
Deel ons uw liefde mede,
die onze boosheid tart,
die onze mond leert spreken
en onze handen leidt.
Maak ons een levend teken:
uw vrede wint de strijd!

Evangelielezing: Johannes 10: 11- 16

Lied 23c
Mijn God, mijn herder, zorgt voor mij,
wijst mij een groene streek;
daar rust ik aan een stille stroom
en niets dat mij ontbreekt.

Hij geeft mijn ziel weer nieuwe kracht,
doet mij mijn wegen gaan,
de paden van gerechtigheid,
ter ere van zijn naam

Al moet ik door het doodsravijn,
U gaat steeds aan mijn zij.
Ik vrees geen kwaad, Uw herdersstaf,
geeft steun en veiligheid.

Terwijl de vijand toe moet zien,
maakt U mijn tafel klaar.
U vult mijn beker, zalft mijn hoofd,
en redt mij in gevaar.

Uw trouw en goedheid volgen mij,
Uw liefde, dag aan dag;
en wonen zal ik in Gods huis,
zo lang ik leven mag.
 

Overdenking                                    

OrgelspelLied 1001

 1 De wijze woorden en het groot vertoon,
de goede sier van goede werken,
de ijdelheden op hun pauwentroon,
de luchtkastelen van de sterken:
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven;
Hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.

2 Zijn woord wil deze wereld omgekeerd:
dat lachen zullen zij die wenen,
dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft,
dat dorst en honger zijn verdwenen –
de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn,
die geen vader was, zal vader zijn;
ensen zullen andere mensen zijn,
de bierkaai wordt een stad van vrede.

3 Wie denken durft, dat deze droom het houdt,
een vlam die kwijnt maar niet zal doven,
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt,
al komt de onderste steen boven:
die zal kreunen onder zorgen,
die zal vechten in t verborgen
die zal waken tot de morgen dauwt –
die zal zijn ogen niet geloven.

D I E N S T    V A N   G A V E N   E N    G E B E D E N

Dankgebed, voorbeden met gezongen acclamatie 368 f,
stil gebed en Onze Vader

Mededelingen

Slotlied 905

Wie zich door God alleen laat leiden,
enkel van Hem zijn heil verwacht,
weet Hem nabij, ook in de tijden
die dreigend zwart zijn als de nacht.
Want wie op God alleen vertrouwt,
heeft nooit op zand zijn huis gebouwd.

Wat is de winst als ik vol zorgen
mijn lot met ach en wee beklaag?
Vind ik er baat bij elke morgen
de dag te zien als nieuwe plaag?
Want ons verdriet en onze nood
worden door klagen maar vergroot.

Laat dan uw stilte ook uw kracht zijn
en leef uw leven opgewekt.
Laat Gods genade u genoeg zijn,
die voor u uit zijn sporen trekt.
Hij is het zelf die ons voorziet;
wat ons ontbreekt ontgaat hem niet.

Zing maar en bid, en ga Gods wegen,
doe wat uw hand vindt om te doen.
Weet dat de hemel zelf u zegt,
u brengt naar weiden fris en groen.
Wie zich op God alleen verlaat,
weet dat Hij altijd met ons gaat.

Wegzending en zegen                    

Collecte onder orgelspel