Iedereen is naar U op zoek, verbintenisdienst ds. Bert Altena

Vroeger hadden preken steevast een tekst. De tekst voor de preek was dan één vers uit de lezing, of soms zelf nog minder, waar de uitleg zich op concentreerde. Tegenwoordig hebben we meer aandacht voor het geheel en het verband. Maar voor deze gelegenheid heb ik toch een ‘tekst’ voor de preek: Iedereen is naar U op zoek, Marcus 1 vers 37b.

Het zijn de woorden van de leerlingen, die achter Jezus aangaan, als deze zich terug heeft getrokken. Zij gunnen hem niet de rust van de eenzaamheid, de stilte om te bidden, lijkt het. Nee, ‘Iedereen is naar U op zoek’.  Het klinkt als een verwijt: ‘Kom op, je bent nodig, de mensen verwachten wat van je, je kunt nu niet onderduiken, je kunt er niet voor weglopen’.
Is dat het?
Of zit er ook nog meer in die ene uitspraak?
Kun je er ook een bepaalde verbazing in horen. Iedereen zoekt U?
Maar wat zoeken ze dan?

En dat wordt dan ook een vraag, waarbij wij zelf in het vizier komen. Dat is altijd aan de orde, je leest de bijbel om jezelf erin terug te vinden, toch.
Wat zoeken wij bij Jezus? En dan breder, wat zoeken wij bij de kerk, in het geloof, allemaal in het spoor van Jezus. Wat heb ik daar in vredesnaam te zoeken? Of is dat achterhaald, niet meer van deze tijd…

Daarover zou ik het met u willen hebben, in deze eerste intredepreek.
Om de toon te zetten.
Om mij in de kaart te laten kijken.

We zijn in het begin van het evangelie. Alles is nog vers en nieuw. Jezus die net begint, pas in de openbaarheid treedt. Hij heeft een paar vissers geroepen om met Hem mee te gaan.
We zijn rond het meer van Galilea. In één van de vissersdorpjes Kafarnaüm gaat hij naar de synagoge, waar iedereen meteen onder de indruk is van zijn onderricht. Hij drijft een kwade geest uit. De mensen staan versteld.
Het gaat als een lopend vuurtje rond.
Als ze uit de kerk op de koffie gaan bij Simon en Andreas, geneest Jezus de schoonmoeder van Simon haast achteloos, door haar alleen maar aan te raken.
Ook dat vertelt snel rond. Het is niet meer te houden. Tegen de avond van dezelfde dag komen ze overal vandaan naar Jezus toe, de zieken en de bezetenen. Hij heeft zijn handen er vol aan.
Tegen de ochtend gaat Jezus dan naar een eenzame plaats om te bidden, horen we.
Je kunt het je voorstellen.
Even uit de drukte.
Als een filmster die zich af moet schermen van de roddelpers, een politicus in de formatie, die de pers op afstand wil houden.
Maar dan komen ze al weer achter hem aan. ‘Waar ben je? Iedereen is naar U op zoek…’

Ja, en wat zoeken ze dan?
Genezing voor hun zieken?
Je kunt het je voorstellen. De nood is hoog en Jezus heeft kennelijk genezende kracht. En zijn therapie valt ook nog eens buiten het eigen risico, hij rekent er niets voor.
Is dat wat ze bij hem zoeken? Welbegrepen eigenbelang, maar toch wat berekenend, je moet er zelf wel beter van worden. Letterlijk en figuurlijk.

Als Jezus hoort van zijn vrienden dat ‘Iedereen hem zoekt’, is zíjn reactie: laten we verder trekken, om ook in de dorpen hieromheen het goede nieuws te verkondigen. ‘Daarvoor ben ik immers op weg gegaan’.

Dat is opmerkelijk.
Het gaat hem blijkbaar om meer dan alleen genezing, of het verdrijven van de kwade machten. Het gaat hem om de verkondiging van het goede nieuws, het evangelie.

Of kun je zeggen, de verkondiging van dat goede nieuws, dat zit in die heilzame aanrakingen, dat is: de bezweringen van de kwade machten. In die genezingen krijgt het goede nieuws gestalte. Geen bijzondere wonderen die iets bewijzen, maar bemoedigende signalen dat het anders kan.
Want zulke wonderen kunnen wij ook doen, waar wij iets voor een ander betekenen, zeggen, doen waar je van opknapt, wat je goed doet, wat mensen naar boven haalt, in plaats van naar beneden schopt.

Maar …. als wij het ook kunnen, wat zoeken we dan nog bij Jezus? Is dat dan niet overbodig geworden?

Ik vermoed dat er tegenwoordig veel mensen zijn, die zoiets denken, misschien hier ook wel. Jezus? Best een toffe peer, een goed voorbeeld, een inspirerend mens. Iemand met bijzondere gaven, of je die wonderen nu letterlijk of meer figuurlijk neemt.
En wat Hij zegt, daar zit zeker wat in …
Maar … er zijn meer inspirerende mensen nu en in het verleden. Om een goed mens te zijn, hoef je niet naar de kerk; er zijn mensen die nooit naar de kerk gaan, waar wij nog een voorbeeld aan kunnen nemen, enzovoort.

Ja, dat is ook waar.
En als je niet naar de kerk wilt, niemand verplicht je, hè.

Maar toch, …. ik zoek het telkens weer bij Jezus.
En dat is niet alleen uit gewoonte, omdat ik zo ben opgevoed, of omdat ik er mijn boterham mee verdien, al is dat ook waar…

Nee, er is nog iets anders, iets wat dieper steekt.
Want ik weet wel hoe het moet, en wat nodig is om het goede te doen voor de ander. Ik weet het wel en ik doe het ook wel, heus wel, dat zult u ook zeggen van u zelf.
Maar het is als je eerlijk bent, nooit helemaal zoals je het eigenlijk zou willen. Er komt bij al onze goede bedoelingen ook vaak weer wat anders tussen, het komt er niet van of er komt van alles bij, eigendunk, eigen belang, kortom: onzuiverheden. En dat is er bij Jezus nu niet.

Jezus is de mens zonder zonde. Zonder bijgedachte of eigen belang. Hij is volstrekt zichzelf.
Er is een zuiverheid, een puurheid, een heelheid die van Jezus uitgaat, die genezend is. Dat heb je nodig en dat kun je, nogmaals met alle goede bedoelingen, nooit helemaal uit je zelf halen. Daarvoor moet je bij Jezus zijn, en bij alles waar Hij voor staat, het pure, goede, gave leven van God. Dat is de inspiratie die ieder mens nodig heeft.

Dat hadden die mensen toen al op een of andere manier door, volgens mij. Is dat niet de diepere betekenis van die zin: Iedereen is naar U op zoek. Verbazing, verwondering, behoefte, noodzaak.

We hebben vaak de neiging als we dit soort verhalen lezen over Jezus die de zieken geneest en de demonen uitdrijft, te denken dat het dan gaat over anderen. En dat wij dan zo moeten doen als Jezus, ook genezend en wel doende onder de mensen zijn, die het nodig hebben, de minder bedeelden.
Maar lees het nu eens alsof jij die zieke bent, alsof ik iemand ben die bezeten is van demonen, al die gekke dingen waar je druk om kunt zijn, maar die er eigenlijk helemaal niet toe doen. Al die onzuiverheden die zich in mijn dagelijks leven mengen. Dingen waar ik eigenlijk helemaal niet mee bezig wil zijn, maar toch doe.
Lees het nu eens, alsof ik het nodig heb om genezen te worden.

Dit is niet gezegd om mijzelf naar beneden te halen, maar om eerlijk te zijn.
Als ik denk dat ik bij de gezonde mensen hoor, dat er met mij niet zoveel mis is, dan heb ik de neiging om niet naar mij zelf, maar alleen naar anderen te kijken en te wijzen: die moeten veranderen, die zien het verkeerd, die zijn fout bezig. Zo gaat het toch vaak?

Je kunt het evangelie zo lezen dat het je comfortabel in je eigen gelijk bevestigt.
Maar de eerlijke ontmoeting met Jezus, de eerlijke blik in zijn spiegel, geneest je daar wel van. We hebben zijn zuiverheid nodig. Ik moet veranderen, elke dag weer.
Het zijn de bezetenen die in het evangelie beter doorhebben wie Hij is, dan alle anderen. Dat zegt veel. Ze schreeuwen en maken misbaar, want zij weten dat Hij hen doorgrondt, dat zij moeten veranderen, en dat willen ze niet.

Ik zoek het bij Jezus, omdat ik dat nodig heb.
Omdat zijn liefde, grenzeloos en zonder voorwaarden, mij geneest, van teveel eigen liefde en teveel eigenwaan. Mij bevrijdt, ja, van zonde en schuld. Mij telkens weer inspireert om verder te reiken dan ik dacht dat ik zou kunnen.

Jezus is de mens uit één stuk, volkomen zichzelf, levend in een volstrekte overgave aan de God die liefde is. En de liefde, dat weten we van Paulus, ‘die is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon, geen zelfgenoegzaamheid…’
Die liefde overwint alles en kan de wereld en ons leven radicaal veranderen.

Tot slot,
op de voorkant van het liturgieboekje heb ik een foto laten drukken. Die heeft niet direct van doen met dit bijbelverhaal, het was een vrij spontane keuze, maar toch niet zo maar willekeurig.
U had het al herkend, het is de muur die in de bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever is gebouwd door de Israëli’s, nota bene op Palestijnse grond. Israël noemt het een veiligheidswal, maar achter deze muur, prikkeldraadversperringen en checkpoints, worden Palestijnen weggestopt, hun land ingepikt, burgers en kinderen gedood door kolonisten, en alle andere ellende van dagelijkse onderdrukking.
En dan komt er een graffitikunstenaar en die maakt dit kunstwerk.
De grijze werkelijkheid van de muur wordt doorbroken. Uitzicht op een andere, kleurige werkelijkheid. Op schoonheid voorbij de lelijkheid.
Je weet dat het niet echt is, en toch wordt die muur er anders van. Dus is het wel echt!

Wat zoek ik?
Kort en goed: iets van dat vergezicht.
Onze muren zijn anders, onvergelijkbaar, maar ook in ons bestaan en in onze wereld en in onze omgeving zijn ze er ook, die muren die scheiding maken, letterlijk en figuurlijk.
De werkelijkheid van jouw leven kan een grauwe, harde, ondoordringbare vorm aannemen.
Maar het geloof in Jezus, de kracht van zijn liefde, dat puurheid en schoonheid in deze wereld mogelijk zijn, houden de droom levend dat het anders kan en ooit anders zal. ‘Jezus trekt geen scheidingslijn’.

Wat zoeken we bij Jezus?
Het leven zoals het bedoeld is.
Dat ideaal dat altijd net buiten ons bereik ligt en tegelijk aan ons blijft trekken.
Hij trekt ons mee, daarom zijn we gemeente van Jezus Christus, ja, Zijn lichaam.

Wat zoeken we hier?
Het goede nieuws, waartoe Hij immers op weg is gegaan, zoals Hij dat hier in het evangelie zelf zegt.
Het goede nieuws van Gods onvoorwaardelijke liefde voor mensen, die droom van een wereld, een koninkrijk van vrede en van recht en van heelheid.
Het goede nieuws, dat wij kunnen zijn, als we gaan in zijn spoor.

Dat is alles wat ik zoek.
Zoek jij mee?

AMEN