Liturgie voor de vesper op Aswoensdag in de Marktpleinkerk, 14 februari 2024 om 19.30 uur

U kunt deze viering rechtstreeks (en later) bekijken via deze link of beluisteren via www.kerkomroep.nl

Voorganger Ds. Gert Wybe van der Werff
Ouderling van dienst Henny Muller
Diaconale taakdrager Geert Tuin
Organist Koos Akkerman
Beeld & geluid Sander Tiggelaar
Koster Jan Mulder

Stilte en licht

Lied: 942

Ik sta voor U in leegte en gemis.
Vreemd is uw naam, onvindbaar zijn uw wegen.
Zijt Gij mijn God, sinds mensenheugenis,
dood is mijn lot, hebt Gij and’re zegen?
Zijt Gij de God bij wie mijn toekomst is?
Heer, ik geloof, waarom staat Gij mij tegen?

Mijn dagen zijn door twijfel overmand,
ik ben gevangen in mijn onvermogen.
Hebt Gij mijn naam geschreven in Uw hand,
zult Gij mij bergen in uw mededogen?
Mag ik nog levend wonen in uw land,
mag ik nog eenmaal zien met nieuwe ogen?

Spreekt Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Open die wereld die geen einde heeft,
wil alle liefde aan Uw Zoon besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood zowaar Gij leeft
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Openingsgebed

v: Onze hulp in de Naam van de Heer
a: Die hemel en aarde gemaakt heeft
v: Gij die er voor ons zijt
en ons elkaar gegeven hebt,
schep ons een hart
a: doorzichtig en zuiver
v: Geef ons een geest
a: vast en moedig
v: Dat wij voortgaan op de weg
die uw Zoon voor ons uitging naar Jeruzalem
met zijn koninklijke daden
van liefde en erbarmen,
van gerechtigheid en trouw.
a: Breng ons terecht, God,
v: breng ons weer thuis
en doe ons wonen
in uw zegen
a: Amen.

Het hongerdoek: “Weg uit de diepte”

PSALMGEBED                    

Lied: (Psalm) 130 :1

Uit diepten van ellende  roep ik tot U,o Heer.
Gij kunt verlossing zenden,  ik werp voor U mij neer.
O Laat uw oor zich neigen  tot mij, tot mijn gebed.
Laat mij gehoor verkrijgen,  red mij, o Here, red!

Lezing: Psalm 130: 3-6

Vervolg lied: (psalm) 130: 4

Gij al Gods bondgenoten,
ziet naar zijn toekomst uit!
De Heer is vast besloten,
tot goedertierenheid!
Hoort aan de goede tijding;
Hij geeft in zijn geduld
aan Israël bevrijding
van onrecht en van schuld.

Lezing uit de profeten: Jeremia 14:1-12 en 19-22

Lied: (psalm)77: 1,3

Roepend om gehoor te vinden,
om bij God gehoor te vinden,
roep en smeek ik onverpoosd,
maar mijn ziel blijft ongetroost.
Nu de druk mij overmande,
hef ik tot de Heer mijn handen,
maar ’t gedenken is mij pijn,
nu ik zonder God moet zijn.

Zou de Heer zijn volk verstoten?
Heeft de toorn zijn hart gesloten?
Is zijn gunst voorgoed voorbij?
Blijft niet wat Hij eenmaal zei?
Kan God zijn gena vergeten?
Heb ik steeds vergeefs geweten,
dat des Allerhoogsten kracht
stand houdt tot het laatst geslacht?

Evangelielezing: Lucas 18: 31-34

Overweging

Orgelspel

Lied: 547

Met de boom des levens
wegend op zijn rug
droeg de Here Jezus
Gode goede vrucht.
Kyrie eleison,
wees met ons begaan,
doe ons weer verrijzen
uit de dood vandaan.

Laten wij dan bidden
in dit aardse dal,
dat de lieve vrede
ons bewaren zal,
Kyrie eleison,
weest met ons begaan,
doe ons weer verrijzen
uit de dood vandaan,

want de aarde vraagt ons
om het zaad des doods,
maar de hemel draagt ons
op de adem Gods.
Kyrie eleison,
wees met ons begaan,
doe ons weer verrijzen
uit de dood vandaan.

Laten wij God loven,
leven van het licht,
onze val te boven
in een evenwicht,
Kyrie eleison,
wees met ons begaan,
doe ons weer verrijzen
uit de dood vandaan,

Want de aarde jaagt ons
naar de diepte toe,
maar de hemel draagt ons,
liefde wordt niet moe.
Kyrie eleison,
wees met ons begaan,
doe ons weer verrijzen
uit de dood vandaan.

Met de boom des levens
doodzwaar op zijn rug
droeg de Here Jezus
Gode goede vrucht.
Kyrie eleison,
wees met ons begaan,
doe ons weer verrijzen
uit de dood vandaan.

Gebeden

Slotlied: Lied 536

Alles wat over ons geschreven is
gaat Gij volbrengen in de veertig dagen;
de tien geboden en de veertig slagen,
dit hele leven dat geen leven is.

De schepping die voor ons gesloten was
ontsluit Gij weer, Gij opent onze ogen.
O zoon van David, wees met ons bewogen,
het vuur van bloed en ziel brandde tot as.

Maar, Heer, de haard van uw aanwezigheid
zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken;
Gij waart met ons, Gij zult ons niet ontbreken,
Gij hogepriester in der eeuwigheid.

Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan.
Aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven.
Ons is een loflied in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van ’t offer zijt gegaan.

Heenzending en zegen

v: Moge de Eeuwige voor ons uitgaan
a: als een licht op onze weg door het leven
v: Moge de Eeuwige naast ons voorgaan,
a: ons beschermen en ons behoeden
v: Moge de Eeuwige achter ons staan
a: als gevaar in de rug ons bedreigt
v: Moge de Eeuwige onder ons zijn
a: als een veilig net, wanneer we mochten vallen
v: Moge de Eeuwige ons nabij zijn
a: als Trooster in dagen van droefenis
v: Moge de Eeuwige ook boven ons zijn
a: om ons de zegen te geven.
v: U allen bent gezegend om tot een zegen te zijn.
a: