Liturgie voor de oecumenische viering in de Marktpleinkerk op zondag 21 januari 2024 om 9.30 uur

U kunt deze viering rechtstreeks (en later) bekijken via deze link of beluisteren via www.kerkomroep.nl

Voorganger Pastoor A. Buter
Organist Bouko Tiggelaar
M.m.v. De CantoRei van de PGOG
o.l.v. Victor Veroef-Harms
M.m.v. het Sint Vituskoor
o.l.v. Georg Kühn
Voorbereiding door leden van de Raad van Kerken

Orgelspel

Woord van welkom

Openingsgebed

V In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

A Amen

V We zijn vandaag als zusters en broeders bijeengekomen om te bidden voor de zichtbare eenheid van christenen. Centraal in deze viering staat het verhaal van de barmhartige Samaritaan, waarin we de oproep horen om God lief te hebben en onze naaste als onszelf.

Laten we ons in een moment van stilte voorbereiden om de God van liefde te ontmoeten in dankzegging en vreugde, terwijl we denken aan zijn gebod om elkaar lief te hebben.

Stilte

A Eer aan U, Vader,

V want U openbaart uzelf in uw schepping
en roept alle mensen op om in uw aanwezigheid te leven.

A Glorie aan U, Christus Jezus,

V want U geeft uzelf aan ieder van ons
en nodigt ons uit hetzelfde te doen.

A Glorie aan U, Heilige Geest,

V want U brengt ons samen in liefde en eenheid.

A Glorie aan U, God van liefde,

V in wie we zijn geschapen, verlost en één gemaakt.
Amen.

Lied van aanbidding van Vader, Zoon en Heilige Geest

“Wij treden biddend in uw licht” (SPOG 240 of GVL 558)

God, Vader, die van eeuwigheid,
het heil der mensen hebt bereid,
geef dat uw alverlossend woord
in groot vertrouwen wordt aangehoord.

God, Zoon, die door uw offerdood
de deur naar ’t leven weer ontsloot,
wij vragen dringend altijd weer:
Bewaar ons in uw liefde, Heer.

God, goede Geest van heiligheid,
die ieder mens in liefde leidt,
brengt allen saam en bewerk
de eenheid van de christenkerk.

Schuldbelijdenis

V Wij komen nu voor God om onze zonden te belijden:

V Door geluk te zoeken zonder God en het gebod om lief te hebben te negeren, hebben we ons van God en onze naaste afgekeerd. Ons egoïsme en ons verlangen naar bezit en controle scheiden ons van God.

Stilte

V Genadige God,

A vergeef en genees ons.

V Als we overtuigingen aannemen die de menselijkheid van anderen ontkennen, bouwen we muren van verdeeldheid, zaaien we het zaad van haat en geweld en verlaten we de opdracht van de Heer om elkaar lief te hebben.

Stilte

V Genadige God,

A vergeef en genees ons.

V We hebben     onze harten verhard en onszelf misleid. Door ons gebrek aan mededogen herkennen we Jezus niet meer in hen die anders zijn dan wij.

Stilte

V Genadige God,

A vergeef en genees ons.

V We slagen er niet in ons hart en onze geest te openen voor uw oneindige en onvoorwaardelijke liefde voor iedereen. Door ons af te sluiten voor deze liefde wordt de wereld verduisterd door egoïsme, geweld, onverschilligheid en zinloosheid.

Stilte

V Genadige God,

A Vergeef en genees ons.

V God, Vader van onze Heer Jezus Christus, toen de tijd vervuld was, hebt U uw Zoon gezonden om de schepping te verlossen; wij vragen U om ons genadig te zijn, om ons onze zonden te vergeven en ons te transformeren door uw Heilige Geest.

Lof en dankzegging

V Laten we onze harten in lof tot God wenden:

Lof aan U, Heer, want U hebt uw liefde in onze harten uitgestort zodat we nooit de hoop verliezen. Door uw liefde bevrijdt U onze levens van angst en verzorgt U onze gewonde en gekwetste harten. Lof aan U voor alle vrouwen en mannen die over de hele wereld zaden van liefde en hoop zaaien voor hun naasten.

A Heer, we loven U

V Eeuwige God, wij danken U voor de gave van Jezus, uw Zoon, de Verlosser van alle mensen. Dank U voor de genade van bekering en voor alle zaden van geloof, hoop en naastenliefde onder uw volk en overal. Dank U voor het geloof dat we van de apostelen hebben ontvangen, voor Jezus’ gebed om eenheid en voor het geschenk van het goede nieuws van verlossing.

A Heer, wij danken U.

V God van liefde, wij aanbidden U om de vrijgevigheid van uw liefde voor alle mensen, een liefde die zo volmaakt is dat ze ons begrip te boven gaat; een liefde waarin geen onderscheid wordt gemaakt op grond van ras, geslacht of sociale status. Wij aanbidden U, die uit liefde uw Zoon, Jezus Christus, naar de wereld stuurde en ons leven blijft vullen met uw liefde door de Heilige Geest.

A Heer, wij aanbidden U.

St. Vituskoor; Kyrie en Gloria

Lied:

“Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig” (Liedboek 405)

Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
vroeg in de morgen worde U ons lied gewijd.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
drievuldig God, die één in wezen zijt.

Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,
werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.
Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden
al uwe eng’len, onvolprezen Heer.

Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister,
geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt.
Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister,
een en al vuur en liefde en majesteit.

Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig
hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die een in wezen zijt.

Lezing uit het Eerste Testament   |   Genesis 18 vers 1 – 8

De Heer verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen. Maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij antwoordden: ‘Dat is goed, ga uw gang.’ Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug’, zei hij, ‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’ Daarna snelde hij naar de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte.

Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom.

CantoRei; Mogen allen één zijn (t. en m. L. de Vocht)

Refrein:
Mogen allen één zijn, Vader,
zoals Gij in mij zijt, en Ik in U ben;
mogen zij ook één zijn in ons,
opdat de wereld gelove in Mij.

Heilige Vader, bewaar steeds mijn vrienden
voor het één geloof in uw naam,
de naam, die Gij aan Mij verleent
opdat hij door hen bemind moge zijn.

Refrein

Heilige Vader, tot U kom ik weder;
doch wijl Ik nog bij hen verblijf,
spreek Ik tot hen uw vreugdewoord,
opdat heel mijn vreugd’ in hen moge zijn.

Refrein

Heilige Vader, Ik bid ook voor allen,
die ooit zullen luist’ren naar hen
en blij geloven in uw Woord:
ook zij wezen één, en één zoals Wij.

Refrein

Antwoordpsalm   |   Psalm 138

A

L Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden,
mij buigen naar uw heilige tempel,
uw naam loven om uw liefde en trouw:
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw naam.

A Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord.

L Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.
Laten alle koningen op aarde U loven, Heer,
zij hebben de beloften uit uw mond gehoord.

A Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord.

 L Laten zij de wegen van de Heer bezingen:
‘Groot is de majesteit van de Heer.
De Heer is hoogverheven! Naar de nederige ziet Hij om,
de hoogmoedige doorziet Hij van verre.’

A

 L Al is mijn weg vol gevaren, U houdt mij in leven,
U verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden,
uw rechterhand brengt mij redding.
De Heer zal mij altijd beschermen.
Heer, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los.

A

V Glorie aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest;

A Zoals het was in den beginne, nu en in eeuwigheid. Amen.

V. Evangelielezing   |   Lucas 10 vers 25 – 37

Er kwam een wetgeleerde die Hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doet dat en u zult leven.’

Maar de wetgeleerde wilde zijn gelijk halen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ Toen vertelde Jezus hem het volgende:

‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.

Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.”

Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die hem barmhartigheid heeft betoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Lied: “Toen ik naar mijn naaste zocht” (Hemelhoog 708)

Ik was naakt en had geen geld, waar was jij? Waar was jij?
Ik was naakt en had geen geld, waar was jij?

Refrein

Ik had niets en zocht een huis, waar was jij? Waar was jij?
Ik had niets en zocht een huis, waar was jij?

Refrein

Toen ik dorst en honger had, waar was jij? Waar was jij?
Toen ik dorst en honger had, waar was jij?

Ik was ziek en vroeg om hulp, waar was jij? Waar was jij?
Ik was ziek en vroeg om hulp, waar was jij?

Refrein

Overal waar jij zult zijn, zal ik zijn, zal ik zijn.
Overal waar jij zult zijn, zal ik zijn.

Refrein

Overdenking

St. Vituskoor; Ubi caritas et amor

Ubi caritas et ámor, Deus ibi est.. Waar goedheid en  liefde heersen, daar is God

Congregávit nos in unum Christi ámor.Exsultemus, et in ipso jucundémur.

Timeámus, et amémus Déum vivum.Et ex córde diligámus nos sincéro.

De liefde van Christus heeft ons bijeen gebracht.Laten wij juichen en daarvan genieten.

Laten wij vrezen en liefhebben de levende God.En met een oprecht hart elkaar beminnen.

Ubi caritas et ámor, Déus ibi est. Waar goedheid en  liefde heersen, daar is God

Simul érgo cum in únum congregámur:Ne nos mente dividámur, caveámus.Céssent júrgia maligna, céssent lites.

Et in médio nóstri sit Christus Déus.

Laten wij dus, wanneer wij samenkomen:Oppassen dat wij niet verdeeld van geest worden.Laat ophouden de boze verwijten, laat ophouden de twisten.En dat in ons midden zij Christus God.
Ubi caritas et ámor, Déus ibi est. Waar goedheid en  liefde heersen, daar is God
Simul quoque cum beatis videámus,gloriánter vúltum túum, Christe Déus:Gáudium quod est imménsum, atque próbum,Sáecula per infiníta saeculórum. Amen. Mogen ook wij met de gelukzaligen,in heerlijkheid uw gelaat zien, Christus God:Wat een vreugde is, onmetelijk en onverwoestbaar,in de eindeloze eeuwen der eeuwen. Amen.

 

Bevestiging van liefde   |   geïnspireerd op 1 Korintiërs 13
in beurtspraak uitgesproken door de ene en de andere helft van de kerkgangers en door twee lezers

I Al sprak ik de talen van alle mensen en die van engelen –

II had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schallende cimbaal.

I Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen

II had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.

I Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand

II had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

I De liefde is geduldig en vol goedheid.

II De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid.

I Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan,

II ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.

I Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

II De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan.

I en II   Dit is wat blijft:
geloof, hoop en liefde, deze drie,
maar de grootste daarvan is de liefde.

Lied: “Liefde, eenmaal uitgesproken” (Liedboek 791, couplet 1, 5 en 6)

Liefde laat zich voluit schenken,
als de allerbeste wijn.
Liefde blijft het feest gedenken,
waarop wij Uw gasten zijn.

Liefde boven alle liefde,
die zich als de hemel welft,
over ons: wil ons genezen,
bron van Liefde, Liefde zelf.

Voorbeden

Het antwoord wordt gezongen:

L We zijn uitgenodigd om te leven naar de goddelijke oproep om God lief te hebben en onze naaste als onszelf. Moge deze liefde onze eenheid als christenen versterken, terwijl we ons opnieuw aan deze oproep toewijden.

Met heel ons hart verlangen we ernaar om in Gods liefde te wonen en de barmhartigheid te hebben om onze naaste lief te hebben als onszelf.

L God van oneindige liefde, we bidden dat alle mensen uw onbegrensde barmhartigheid mogen leren kennen en mogen geloven in uw verlangen om ons te vullen met uw oneindige liefde.

A        

L We sluiten onze gebeden aan bij die van Jezus, die bad voor de eenheid van allen die Hem volgen.

L God van gemeenschap, we bidden dat we mogen samenwerken voor uw grotere glorie en het goede nieuws mogen verspreiden van verlossing voor iedereen.

A

L Onze harten zijn gebroken door de verwarring en verdeeldheid in onze wereld.

L God, onze genezer, wij die verstrooid zijn als schapen zonder herder, we vragen U ons te verzamelen tot één kudde.

Vernieuw ons door uw Geest en zend ons weer uit, twee aan twee, om samen het licht van de wereld en het zout van de aarde te zijn.

 A        

 L Onze wereld is getekend door terreur en geweld. Miljoenen mensen worden gedwongen hun huis te verlaten op zoek naar een veilig heenkomen.

L God van gastvrijheid, schenk ons de moed om het risico te nemen vreemdelingen te omhelzen, hun wonden te verzorgen en solidair met hen te zijn. Versterk onze vastberadenheid om vriendelijk en barmhartig te zijn en te allen tijde onze zusters en broeders te behandelen zoals U ons behandelt.

A

L In onze zwakheid en angst weten we dat we vaak op afstand voorbijgaan en ons afkeren van hen die onze hulp nodig hebben.

L God van kracht, ondanks ons gebrek aan naastenliefde vragen we U onze harten te openen om de lengte, breedte, hoogte en diepte van uw liefde te ervaren, zodat we u steeds meer gaan liefhebben en onze naaste als onszelf

L In deze gebedsweek bidden wij in het bijzonder voor alle christelijke kerken en geloofsgemeenschappen in Burkina Faso.

L God, Schepper van de wereld en Vader van alle mensen, help de christenen van Burkina Faso bij de strijd tegen de oprukkende woestijn en voor een verantwoorde, vruchtbare landbouw voor de hele bevolking.

Help hen bij te dragen aan een meer rechtvaardige samenleving, tot vrede en welvaart voor iedereen.

En help hen te leven in vrede en vriendschap met de moslim-meerderheid, ook als kracht tegen toenemend terrorisme.

Help ons, hier in Nederland, om Burkina Faso en de andere Sahel-landen te blijven steunen, ook door ons gebed.

A        

Onze Vader

V Laten we als kinderen van de ene God bidden zoals Jezus ons geleerd heeft:

A

Onze Vader die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede,
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden
zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk,
en de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid.         

Amen.

Slotgebed

Dit gebed van Abbé Paul Couturier is het dagelijkse gebed om christelijke eenheid van de wereldwijde gemeenschap van Chemin Neuf

V Heer Jezus, U die gebeden hebt dat allen één zouden zijn,
wij bidden U voor de eenheid van alle christenen,
naar uw wil en op uw wijze.
Moge uw Geest ons geven
dat wij de pijn van verdeeldheid ervaren,
dat wij onze schuld hieraan erkennen
en dat onze hoop alle hoop te boven gaat.

Amen

Zending en zegen

V Laten we op weg gaan om God lief te hebben en onze naaste als onszelf, gastvrijheid bieden aan wie we op ons pad ontmoeten, verenigd in Christus en vernieuwd door de
Heilige Geest.

A Alles wat we samen kunnen doen, laten we dat doen!

V Moge u allen gezegend zijn in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

Slotlied: ”Ga met God” (Liedboek 416)

Ga met God en Hij zal met je zijn
bij gevaar, in bange tijden
ver jou Zijn vleugels spreiden
Ga met God en Hij zal met je zijn

Ga met God en Hij zal met je zijn
in zijn liefde je bewaren,
in de dood je leven sparen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn
tot wij weer elkaar ontmoeten
in Zijn naam elkaar begroeten
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Uitleidend orgelspel

——————-

Bij de uitgang vindt u de collecteschalen.
Dank voor uw bijdrage.

Na de dienst bent u uitgenodigd voor een kopje koffie of thee.