“Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak” (Lucas 24)

Het verhaal van de Emmaüsgangers is het oudste opstandingsverhaal dat we kennen. Aan het slot van het verhaal wordt met nadruk gezegd dat Jezus aan Simon verschenen is en dit getuigenis is terug te vinden bij Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs (15: 5). Verschijningen laten zien en voelen dat het verhaal van Jezus niet afgelopen is met zijn dood, maar verder gaat en moed geeft aan wie hem wil navolgen. Paulus schreef zijn brief aan de Korintiërs vanuit Efeze in het jaar 55 n. Chr. Toen deden verschijningsverhalen al de ronde en vonden pas geruime tijd later hun plaats in de Evangeliën, waarvan Marcus het oudste is (70 n. Chr.), gevolgd door Lucas (80 n. Chr.), Mattheüs (80 n. Chr.) en Johannes (90-100 n. Chr.). Na de verschijningsverhalen werd het opstandingsverhaal uitgebreid met het verhaal van het lege graf om nog meer betekenis te verlenen aan het verhaal van Jezus als levende. Wie oog krijgt voor deze ontwikkeling ziet hoe diepgaand gelovigen bezig zijn geweest met de betekenis die Jezus in hun leven had en hoe ze zijn dood moesten duiden. Niet als een mislukking, maar als zijn geschenk van liefde, waarin God een grote rol speelt.

 

Meewandelen

Laten we een eindje meelopen met de Emmaüsgangers en ons zoveel mogelijk proberen in te leven in wat deze beide wandelaars beweegt en wat die vreemdeling betekent, die zich bij hen voegt. In dit meditatief doen we dat al lezend en mijmerend, maar het is natuurlijk ook mogelijk om daadwerkelijk te gaan wandelen. Ik herinner mij van een aantal bezinningsdagen dat we werden uitgenodigd om twee aan twee te gaan wandelen. Eerst in stilte en later in gesprek over de betekenis van geloven in ons eigen leven. Zo’n Emmaüswandeling, zoals die is gaan heten, is een mooie ervaring en er bestaat altijd een kans dat je voelt niet meer met z’n tweeën te zijn maar met z’n drieën. Dat is ook de hoop of het verlangen van sommigen die op pelgrimage gaan. Misschien openbaart een medepelgrim die je tegenkomt zich als de Heer. Zo bijzonder kunnen ontmoetingen onderweg zijn. Soms zien we een glimp van hem en zodra het begint te dagen is hij weer weg en ongrijpbaar. Voor wie ruimte geeft aan deze mogelijkheid is het verhaal van de Emmaüsgangers zo vreemd niet meer. De maandelijkse stiltewandeling vanuit de Stefanuskerk in Finsterwolde put uit deze traditie en doet de wandelaars goed.

 

Ontheemd

Terug naar het verhaal uit het Evangelie. Als eerste vertelt Lucas dat ze zich van Jeruzalem afkeren. Deze stad had hen met hoop vervuld. Hier zou de Messias zijn rijk van vrede beginnen en verlossing brengen aan Israël. De machtige profeet die zij in Jezus zagen is veroordeeld door vertegenwoordigers van de gevestigde religie en terechtgesteld door de wereldlijke macht van de Romeinse bezetters. Na deze teleurstelling hebben ze in Jeruzalem niets meer te zoeken, want wie wil er leven in een stad (of in een wereld) waar onrecht op deze manier zegeviert? Ze gaan daarom op weg naar Emmaüs. Dit dorpje op een afstand van zestig stadie van Jeruzalem lijkt te duiden op een bekende locatie. Onderzoekers hebben het echter niet terug gevonden. Drie plekken komen in aanmerking. Er is sprake van een Emmaüs dicht bij het meer van Galilea (te ver om in één dag te bereiken) en twee nabij Jeruzalem, maar ook hier kloppen de afstanden niet (6 en 20 km), terwijl 60 stadie ongeveer 11 km bedragen. Heeft Lucas de lezer met opzet op het verkeerde been gezet? Is het zijn bedoeling om hiermee een gevoel van ontheemd zijn uit te drukken? Dat wie de hoop kwijt is zich nergens meer thuis kan voelen? Beide ontheemde wandelaars praten over wat hen dwars zit en dan voegt zich een reisgenoot bij hen. Als hij informeert naar waar ze over lopen te praten, lijkt dat een terloopse vraag. Maar dat is het in de Bijbel nooit. Het is een vraag naar wat hen het meest bezig houdt, het wezenlijke en belangrijke in hun leven. Ze geven de vreemdeling antwoord en verbazen zich over zijn onwetendheid.

 

Roeping

Maar dan worden de rollen omgedraaid. De vreemdeling legt uit en begint bij Mozes en de profeten. Vaak is dat gezien als een soort schriftbewijs. In het Oude Testament zijn tal van profetieën te lezen die vooruitwijzen op de Messias. Maar het gaat hier om oneindig veel meer dan schriftgeleerdheid. Als de vreemdeling vraagt of de Messias niet al dit lijden moest ondergaan dan wijst hij op het lot van de profeten. Zij stonden met hun leven borg voor hun boodschap. Wie van de waarheid getuigt en het voor onderdrukte en misdeelde mensen opneemt maakt tegenkrachten los. Jezus was niet naïef. Hij wist wat hij riskeerde met zijn boodschap van menslievendheid. Wie in de Evangeliën terugbladert komt incident na incident tegen. Telkens als Jezus mensen op de sabbat geneest groeit de weerstand en worden er plannen gesmeed om hem uit de weg te ruimen. Bij de profeten was dat niet anders. Vrijheid heeft een prijs. Zijn liefde voor mensen was voor Jezus kostbaarder dan zijn eigen leven. Dat hij moest lijden was geen noodlot of een door God voorbeschikt plan, maar een weigering om weg te lopen van zijn roeping.

 

Terugkeer

Als de vreemdeling op deze manier spreekt met de beide wandelaars verandert er iets bij hen. Hun gevoel van ontheemdheid verdwijnt stukje bij beetje en ze komen daadwerkelijk in Emmaüs aan en vragen hun reisgenoot om te blijven. Dan, bij het breken van het brood (dit oersymbool van menselijke solidariteit) herkennen ze Jezus. Die herkenning duurt maar even en dan zijn ze weer alleen. Maar alles is nu anders. Ze staan op en keren terug naar Jeruzalem, die stad die ze de rug toegekeerd hebben en waar ze niet meer wilden zijn. Nu beseffen dat dit hun plaats is. Midden in de wereld staan (hoe onbarmhartig die soms ook mag zijn) en het verhaal voortzetten van de Levende.

Hartelijke groeten en een gezegend Paasfeest!

 

Ds. Bert L. van der Woude

ds. Bert van der Woude

Sinds april 2000 werk ik als predikant binnen wat nu de Protestantse Gemeente Winschoten (PGW) heet. De eerste zeven jaar nog in combinatie met de gereformeerde kerk van Westerlee en nu ruim tien jaar volledig in Winschoten.