De zaligsprekingen uit de Bergrede (Matt. 5: 1-12), deel 4 (slot)

Het laatste tweetal met elkaar verbonden zaligsprekingen richt zich op gerechtigheid en het is meteen duidelijk dat streven naar gerechtigheid een prijs heeft.

Niet iedereen zal je de inspanningen op dit vlak in dankbaarheid afnemen en je kunt behoorlijk je hoofd stoten. Je niet bekommeren om gerechtigheid is echter geen optie want:

Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. (NBG)

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. (NBV)

Wie blijft verlangen naar rechtvaardigheid zal gelukkig worden. (Karel Eykman)

Hongeren en dorsten liegen er niet om en het is goed om daarmee te beginnen. Honger en dorst voel je als individu en daar speelt Karel Eykman op in met het woord verlangen.

Verlangen komt van binnenuit en gaat over hoe je mensen recht kunt doen en dus zelf een actieve rol kunt spelen. Gerechtigheid kan anders al snel een begrip worden dat over de maatschappij als geheel gaat en hoe je die zo inricht dat wetten rechtvaardigheid bevorderen en mensen hun recht kunnen behalen. Als Jezus de mensen toespreekt gaat het er hem helemaal niet om dat mensen hun recht halen. Jezus heeft maar heel weinig op met mensen die menen in hun recht te staan of vinden dat ze ergens recht op hebben.

Natuurlijk is hij niet tegen een rechtvaardige inrichting van de samenleving, maar hij wil mensen als enkeling aanspreken en voert een pleidooi voor compassie, dat geen mens kan negeren.

 

Recht doen aan mensen

Karel Eykman haalt als voorbeeld een vluchtelingenmeisje aan. Je kunt vluchtelingen in allerlei hokjes plaatsen en ze wegzetten als gelukzoekers. We kunnen echter ook met Eykman meekijken die dicht:

Vecht om eten                                 Broer verloren                                  Lege ogen
en jat water                                      vader gestorven                              die maar staren
overleeft.                                          moeder kwijt                                    voor zich uit.
Lege handen                                    Kent geen rouwen                          Alleen hangen
dat is alles                                        kent geen treuren                           alleen wachten
wat ze heeft.                                    kent geen tijd                                   zonder geluid.

Als we niet meer naar mensen kijken en er los van hen meningen op na houden, dan kan dat al gauw heel kwetsend worden. En dat doet mensen geen recht. Ieder mens heeft een diep verlangen in zich om recht gedaan te worden. Dat iemand je ziet en begrijpt en je een plek op deze aarde gunt.

 

Erkenning

Eén van de mooiste getuigenissen daarvan vinden we in een toespraak van Martin Luther King. Hij drukt zijn toehoorders op het hart, dat hoe hun leven er ook uit ziet en wat ze misschien allemaal niet hebben of kunnen, ze toch mogen zeggen: “Maar ik ben iemand!” Dat die erkenning niet van zelf komt en soms moeite en strijd kost is niet te vermijden. Daarom klinkt het vervolg van de Bergrede zo:

 

Zalig, de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. (NBG)

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. (NBV)

Wie zijn nek uitsteekt omdat hij niet tegen onrecht kan, die is gelukkig. (Karel Eykman)

 

Je nek uitsteken

Lange tijd is het zo geweest dat lijden bijna vanzelfsprekend deel uit maakte van het christelijke geloof. Je moest je schikken in je lot en in opstand komen was er niet bij. Had immers Christus zelf niet geleden en wie zijn wij dan om te piepen als het tegenzit? Lijden werd in deze visie bijna een doel op zichzelf. Alsof Jezus’ missie eruit had bestaan om het lijden op te zoeken. Als lijden op die manier tot het geloof gaat behoren is het hoog tijd voor een tegenstem. Jezus zocht het lijden niet op, maar ging het ook niet uit de weg. Het evangelie vertelt dat hij mensen zag en met ontferming werd bewogen. Omdat ze arm waren of ziek of buiten werden gesloten of als vrouw niet werden gezien. Jezus nam kinderen serieus en mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Voor hen stak hij zijn nek uit. Jezus geloofde dat God niet van sommige mensen meer houdt dan van anderen. Gods liefde geldt volgens Jezus onverdeeld voor wie die liefde nodig heeft. Dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. Met zijn spreken en handelen doorkruiste hij vaak de gevestigde samenleving en religieuze instellingen van zijn dagen. Hij nam het op voor de underdogs en voor wie niet werden begrepen.

 

Moeite doen

De samenleving ziet er nu heel anders uit dan toen, maar deze laatste zaligsprekingen helpen ons om alert te blijven. Ze drukken ons op het hart om mensen recht te blijven doen, ook al kost dat moeite. Dat vraagt om een luisterhouding en oprechte belangstelling. Misschien begrijpen we niet meteen hoe medemensen zijn of waar ze voor kiezen, maar dan schaadt het niet om daarvoor moeite doen, zoals bijvoorbeeld bij de verschillende varianten die er zijn op het gebied van seksualiteit. Weten en voelen we wel echt over wie we het hebben en maken we onszelf niet al te snel tot norm?

Zo blijven de zaligsprekingen dicht bij ons zelf en houden de hoop levend op een wereld waarin ieder mens zich thuis mag voelen. ‘Koninkrijk der hemelen’ noemt Jezus dat.

ds. Bert van der Woude

Sinds april 2000 werk ik als predikant binnen wat nu de Protestantse Gemeente Winschoten (PGW) heet. De eerste zeven jaar nog in combinatie met de gereformeerde kerk van Westerlee en nu ruim tien jaar volledig in Winschoten.