Verwondering & bezieling

Samenvatting van de overdenking op zondag 27 januari door prof. dr. Peter Barthel. Naar de schriftlezing van Psalm8 en Lucas 4: 14-21.

 

Religie/wetenschap

Als natuurwetenschapper denk ik al vele jaren na over de relatie religie-wetenschap. Deze twee vormen van wereldbeschouwing sluiten elkaar wat mij betreft volstrekt niet uit. Als astro-fysicus ben ik bezig met de natuur-(kunde) boven ons. Daarnaast heb ik mijn gedachten over het boven-natuurlijke.

Niet zozeer als astronoom maar gewoon als nieuwsgierig, verwonderd mens in de breedste zin, vind ik het heelal, de wereld dermate bijzonder dat ik me de vraag stel naar mijn plaats en rol in dat geheel. Vanuit mijn opvoeding, door de mensen met wie ik leef en die ik ontmoet, en door goed om mij heen te kijken heb ik een visie ontwikkeld waarin God niet iemand is maar iets.

 

Gods handen

Ik zie geen aanleiding om te geloven in een boven-natuurlijke Macht, een ingenieur/regisseur die de touwtjes in handen heeft. Wat ik wel weet: een handelende God – daarop lopen de mensen stuk. De voorbeelden kent u: onschuldige mensen die omkomen in het verkeer en bij natuurrampen, een Syrische kleuter die dood aanspoelt op een Turks strand, het joodse volk dat vergast wordt – vul maar aan. Daarom stel ik duidelijk: God handelt niet; WIJ moeten Gods handen zijn. Zoals ik het zie zijn er teveel bijzaken die de hoofdzaak van religie in de weg staan, of een mist opwerpen waardoor die hoofdzaak niet duidelijk is. Het doel van mijn boekje ‘Professor, bestaat God?’ was om de discussie te stimuleren over waar het nu echt om gaat in deze wereld, en om bruggen te slaan tussen theïsten, agnosten en atheïsten.

Hoe kan een hard-core wetenschapper religieus zijn? Dankzij de wetenschap weten we toch hoe alles werkt? Jazeker, maar daar gaat religie niet over. Wetenschap leert hoe het heelal werkt, religie leert hoe de mens daarin moet werken. Ik zie God als de bezielende Geest van dit heelal, deze wereld, die ons vraagt: wat is goed voor mij, voor de ander, voor de wereld?

 

Verwondering

Laat me dit toelichten. Psalm 8 gaat over de verwondering over de schepping. Daarbij moet je dit scheppingsverhaal niet zien als wetenschappelijk reportage (want er zijn vele scheppingsverhalen) maar als loflied, een lied van dankbaarheid en verwondering, dat de vraag stelt: waartóe is deze wereld er, en wat is onze/mijn rol erin?

Die verwondering, of het nou over de sterrenhemel gaat of iets anders dat je raakt, geeft een intens gevoel van harmonie met (een deel van) de wereld. Echter niet een gevoel om voor jezelf te houden maar een gevoel dat je wilt delen.

Wetenschap sluit religie niet uit. Integendeel: grijpt het bij de kraag! Ratio én emotie vragen ons: waar is dit voor en wat moet ik er mee – dat is religiositeit. Het Christendom biedt een antwoord op die vraag; andere religies ook.

 

Rol van de mens

God is de bezielende, heilzame geest van deze wereld en tegelijkertijd een appèl om het goede te doen. In dat beeld is God dus geen eigennaam, maar een zelfstandig naamwoord. (Hendrikse:) God is niet het antwoord op onze vragen, maar de vraag om ons antwoord!  In dat beeld is religieus zijn niets anders dan geïnspireerd leven, op zoek naar de betekenis van de wereld en de rol van de mens daarin. Anders gezegd: wat is goed voor mijzelf, voor de ander, voor de wereld? WIJ moeten de handen van God zijn.

Die vraag naar de rol van de mens komt ook op in psalm 8­­: “Wie is de mens dat gij aan hem denkt?”
Het antwoord op die rol-vraag is m.i. uiterst simpel. Het is een opstelling die door de Joodse profeten onderwezen wordt en door de Joodse rabbi Jezus van Nazareth nog eens kernachtig wordt samengevat in zijn Twee Geboden, en door hem onnavolgbaar werd voorgeleefd.
Ik zie de Bijbel dus niet als een openbaring van Godswege, als het Woord van God, maar als bezielde woorden over God. Ik word door die woorden geraakt: ze spreken me aan, of liever: grijpen me bij de kraag, net als de verwondering.

 

Aangesproken

In het etymologisch woordenboek staat dat de afkomst van het (onzijdige!) woordje God waarschijnlijk Stem of Roep is. Geloven, of liever religieus zijn is geroepen worden, je aangesproken voelen. Omdat het tegelijkertijd een appèl is om het goede – liefde, recht, en trouw – te doen, is geloven dus een werkwoord!

God is een emotionele ervaring EN richting. Ik heb geprobeerd dat in één duidelijke zin aldus samen te vatten in mijn boekje:

God is het goede en het mooie van deze wereld dat we met elkaar in verwondering én in vertrouwen ontdekken, dat ons ter verantwoording roept en dat we met elkaar moeten delen.

 

Geïnspireerd leven

Religiositeit is een emotionele opstelling, een wijze van geïnspireerd denken die volstrekt niet conflicteert met een rationele wereldvisie. Eens vroeg een Russische rabbijn uit de 19e eeuw, ene rabbi Mendel, aan zijn mede-geleerden: “Waar woont God?” Die lachten hem uit en zeiden: “Overal toch?”, waarop Mendel antwoordde: “Nee, God woont alleen daar waar men hem binnenlaat.”

In zijn twee geboden (“God liefhebben met hele hart, ziel, kracht en verstand”, en “mensen om je heen liefhebben als waren zij jezelf”) heeft Jezus de kern klip en klaar samengevat. Jezus zelf heeft de opdracht – gerechtigheid, verzoening, vergeving, zorg, barmhartigheid – onnavolgbaar vervuld, bovenaan gesteld, en belichaamd, tot in zijn dood. In Jezus kreeg de Geest een menselijk gezicht. Met Kerst vierden we dat iedereen er mag zijn, met Pasen vieren we straks dat die Geest, die boodschap, niet stuk te krijgen is.

Ik wens ons allen nog vele mooie momenten van bezieling toe!

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.