Lutherbiografie deel 31

Maarten Luther, rebel der genade

Deel 31

 

Terwijl Luther zich op de Wartburg ijverig wijdt aan zijn schrijfarbeid dringen berichten uit Wittenberg tot hem door, die hem steeds meer verontrusten. Het is met name Karlstadt, (Andreas von Bodenstein) die de nieuwe inzichten van Luther op een krasse manier in praktijk brengt.

Melanchthon blijft gespitst op de signalen die hij vanuit Luthers ballingschapsoord ontvangt, maar Karlstadt gaat zijn eigen gang en laat zich niet hinderen door wat de reformator er eventueel van zou vinden.

 

Onrust

Andreas Bodenstein von Karlstadt

Meer en meer komt Wittenberg aan het einde van het jaar 1521 te verkeren in een toestand van onrust. Mensen houden hun adem in en wachten in spanning af hoe dit zal uitpakken. Het begint met antiklerikale uitingen, die bedoeld zijn om de plaatselijke geestelijken angst in te boezemen. Met messen bewapende studenten en ambachtslieden verjagen priesters van het altaar, pakken hun misboeken af en drijven de spot met hen. Dit was in het verleden eerder vertoond, maar krijgt nu door Luthers theologie een nieuwe dynamiek en logica. De misstanden die Luther aankaart moeten aangepakt worden en in Wittenberg lukt dat aanvankelijk zonder al te veel moeite. Het keurvorstelijk hof houdt zich afzijdig en laat de dingen op z’n beloop. Als er maar één lijn getrokken wordt en de universiteit en stadsraad het met elkaar eens zijn. Dan zullen daarna de burgers volgen en komt alles op den duur wel goed.

 

Veranderingen

In oktober 1521 is het de augustijner monnik Gabriel Zwilling, medestander van Karlstadt, die zich keert tegen de verering van het sacrament en het misoffer in het algemeen. In zijn preken benadrukt hij dat iedereen zowel brood als wijn moet ontvangen. Als reactie komt er zonder veel moeite een nieuwe orde van dienst in de stadskerk en wordt er geen mis meer gehouden. Ook als na een volgende preek van Zwilling dertien augustijner monniken uittreden uit het zwarte klooster, veroorzaakt dat bij de burgers van Wittenberg nauwelijks ophef. Zwilling werkt voortaan als evangelische pastor en iedereen accepteert dat hij in burgerkledij de kansel betreedt en zo voorgaat.

 

Beeldenstorm

Veel spectaculairder zijn de acties tegen heiligen en hun beelden in de kerk. In eerste instantie gaat dat nog verbaal. In preken en disputen wordt stevige kritiek geuit en Karlstadt schrijft een pamflet ‘over het afschaffen van de beelden’. Begin 1522 komt er daadwerkelijk een beeldenstorm. Op 10 januari slepen voormalige monniken afbeeldingen, standbeelden en altaren uit het Augustijner klooster naar de binnenhof en steken er de brand in. Met de inboedel van de Stadskerk willen ze hetzelfde doen maar het is niet zeker of dat gebeurd is. Uit Luthers latere verwijten valt op te maken dat deze actie wel heeft plaatsgevonden maar bevestiging uit andere bronnen ontbreekt.

Rebellie

Dat een nieuwe leer praktische gevolgen krijgt is niet vreemd en zal de burgers van toen aangesproken hebben. Aan het hof begint men er anders over te denken en ervaart men de situatie meer en meer als een opstand. Dit wordt versterkt door Luthers plotselinge terugkeer naar Wittenberg in maart 1522. Hij ziet de gebeurtenissen als rebellie binnen het Protestantisme en verzet zich krachtig tegen de ‘vernieuwingen’. In Luthers visie er is nog te weinig theologische onderbouwing voor radicale veranderingen in kerk en maatschappij. Mensen worden op deze manier overvraagd en het geeft de tegenstanders van de Reformatie aanleiding zich politiek te weren.

 

Studentenstreken

Vooral naar Karlstadt en diens geschriften kijkt Luther kritisch, terwijl hij soortgelijke gedachten bij Melanchthon een stuk milder beoordeelt. Eind 1521 ziet Luther nog geen aanleiding direct in te grijpen. Als hij begin december incognito Wittenberg bezoekt krijgen de veranderingen zijn zegen mee. In een brief aan Spalatinus schrijft hij: “Wat ik zie en hoor bevalt me buitengewoon”.  Blijkbaar ziet hij de antiklerikale uitwassen als studentenstreken en maakt zich niet al te druk. Als hij weer terugkeert naar zijn eenzame plek in het Thüringer woud neemt zijn bezorgdheid echter toe.

 

Onderzoek

Na de beeldenstorm stelt het keurvorstelijk hof een onderzoek in. De keurvocht zelf is immers een verwoed verzamelaar van relieken. Aangespoord door de onlusten hebben steeds meer studenten Wittenberg verlaten en dat is niet goed voor de universiteit. Frederik de Wijze ziet de plek bedreigd die bij uitstek geschikt is om de nieuwe evangelische theologie te ontwikkelen. Als het hof tot de conclusie komt dat de chaos in Wittenberg uit de hand dreigt te lopen is omzichtigheid geboden. Als tegenstanders in het rijk zouden besluiten de burgers van Wittenberg tot de orde te roepen is het maar een kleine stap om de nieuwe leer met wortel en tak uit te roeien.

Luther heeft oog voor mogelijke gevolgen en wil zijn zaak niet in gevaar brengen. Om tegenstanders, zoals hertog Georg van Saksen, de wind uit de zeilen te nemen mengt hij zich in het debat. Deze hertog resideert angstvallig dichtbij Wittenberg en wacht slechts op een goede gelegenheid om tegen de burgers van dit stadje op te treden. Hij heeft bovendien grote invloed op de regering van het Duitse rijk. Nog in december vervaardigt Luther “een trouwe vermaning aan alle christenen om zich te hoeden voor oproer en opstand”, dat in januari als vlugschrift verschijnt.

Als Luthers ongerustheid toeneemt kan hij het nauwelijks meer uithouden op de Wartburg. Frederik de Wijze zit echter niet te wachten op de verschijning van Luther in Wittenberg. Dat zou de situatie alleen maar gevaarlijker maken en de druppel zijn die het rijk aanleiding zou gegeven in Wittenberg in te grijpen. Hij sommeert zijn vertegenwoordiger in Eisenach, Johann Osswald, om Luther op de Wartburg te bezoeken en hem streng te verbieden zich opnieuw in Wittenberg te vertonen.

 

Brief aan de keurvorst

Luther ziet het gevaar en de moeilijkheden waarin hij het keurvorstelijk hof kan brengen. Hij aarzelt echter geen moment. Hij gunt zich zelfs de tijd niet om zijn keurvorst te antwoorden. Dat doet hij pas als de teerling geworpen is en hij op zijn tocht naar Wittenberg in Borna nabij Leipzig de laatste nacht voor zijn aankomst doorbrengt.

Zijn op 5 maart in haast geschreven brief is één van grootste documenten in de wereldgeschiedenis op het gebied van individueel menselijke vrijheid. In deze brief getuigt Luther van een Godsvertrouwen dat zich niet door aardse zaken in twijfel laat trekken. Hij doet geen poging om zich bij de keurvorst te rechtvaardigen, maar wil enkel diens droefheid verminderen wanneer deze van Luthers ongehoorzaamheid zal horen. “Want ik zal en moet iedereen (dus ook de keurvorst) tot troost en niet tot schade zijn als ik een oprecht christen wil zijn.” Luther spreek zijn waardering uit voor Frederik de wijze, maar het gaat hem niet om zijn leven, dat hij graag geeft voor het Evangelie. Enkel de zaak van het Evangelie is leidend bij zijn beslissing “en mocht uwe genade dat nog niet weten, dan zeg ik het u hierbij: dat ik het Evangelie niet van mensen heb gekregen maar van de hemel door onze heer Jezus Christus.”

Met een ongekende vrijmoedigheid – zonder vleierij en zonder aanmatiging – getuigt Luther van zijn onafhankelijkheid, ja zelfs van zijn overwicht tegenover welke wereldlijke macht dan ook. Kome wat komt….

wordt vervolgd…

 

ds. Bert L. van der Woude

Sinds april 2000 werk ik als predikant binnen wat nu de Protestantse Gemeente Winschoten (PGW) heet. De eerste zeven jaar nog in combinatie met de gereformeerde kerk van Westerlee en nu ruim tien jaar volledig in Winschoten.

1 reactie

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *