Wat tot vrede leidt

Samenvatting van de overdenking van zondag 20 augustus 2017

Naar de lezing van Jeremia 23: 16-29 en Lucas 19: 41-48

Als je vandaag als toerist Rome bezoekt, dan brengt de gids je ongetwijfeld naar de Triomfboog van Titus op het Forum. Dan zie je hoe Romeinse soldaten de menora en andere voorwerpen uit de tempel van Jeruzalem als krijgsbuit meevoeren. Je ziet speren en zwaarden en helmen. Het heet een triomfboog en het is een prachtig kunstwerk, maar de werkelijkheid erachter is verschrikkelijk.

 

Tot tranen toe

De lezing van vandaag begint met Jezus die tot tranen toe bewogen is bij het zien van de stad Jeruzalem. Lucas wist namelijk al wat haar zou overkomen. Hij weet dat de stad wordt ingenomen en met de grond gelijk gemaakt.

Als Lucas zijn evangelie schrijft, is de belegering van Jeruzalem al geweest (70 n. Chr). Deze belegering is tot in detail op papier gezet door geschiedschrijver Flavius Josephus. Hij beschrijft hoe de Romeinen belegeringswallen opwierpen aan alle kanten van de stad. Voor hun houten stellages kapten ze alle bomen tot een straal van 16 km rond Jeruzalem. De mensen in de stad leden honger en degenen die vluchtten werden door de Romeinen gevangen en aan het kruis gehangen. Vanuit Jeruzalem kon men dit afschuwelijke beeld zien.

 

Streven naar vrede

‘Hadden jullie nu maar geweten wat tot vrede leidt’, zegt Jezus als hij Jeruzalem voor zich ziet liggen. Die woorden hebben nog altijd niet aan kracht ingeboet. Het is een zin die iedereen zich aan kan trekken. Om wat er om ons heen gebeurt, maar ook heel dichtbij jezelf. Steeds opnieuw zoeken naar wat tot vrede leidt. Het is Jezus’ diepste wens dat mensen dat zullen ontdekken.

Je kunt je voorstellen dat Lucas zijn beeld van Jeruzalem schetst met aarzeling, maar ook met een waarschuwing: dit nooit meer. Hij is begaan met het lot van de stad en hoopt dat het beeld dat hij schetst zich losmaakt van deze concrete plek en in mensen waar dan ook de wens zal opwekken in het klein of in het groot naar vrede te streven.

 

Handel in de tempel

Vervolgens beschrijft Lucas de tempelreiniging. Hij doet dat heel bescheiden, alsof hij voelt dat het niet bij elkaar hoort. Hij kan er echter niet omheen dit te vermelden. In onze ogen lijkt het zo onschuldig, handelaars in de tempel. We hebben vaak geen idee wat er daar aan de hand was in de dagen van Jezus.

Als mensen rond het paasfeest, het joodse Pascha, naar Jeruzalem kwamen, offerden ze dieren op het tempelplein. Op basis van de toenmalige grootte van het plein hebben historici ingeschat dat er zo’n 18.000 dieren werden geofferd binnen een paar dagen. De priesters kregen het beste deel en de huiden werden verkocht. Het was een zakenwereld van jewelste. Er werkten 7000 priesters in de stad en er deden 9600 levieten dienst. Het gaat dus niet om een stalletje in een kerk. Wat Jezus hier aanpakt is het hart van een religie die als centrum van alles de offerdienst heeft.

 

Offertheologie

Binnen joodse traditie is dit altijd al een punt geweest om over na te denken. We hebben vandaag de woorden van Jeremia gehoord die er niet om logen. Jeremia is bij uitstek de profeet die zegt: ‘God wil met jullie, mensen, uit eigen beweging een verbond aangaan. Hij neemt jullie aan als kinderen, als mensen naar zijn hart’. Het initiatief ligt volledig bij God. Wie je ook bent als mens, je vindt in Gods ogen genade en mag je van daaruit oefenen in medemenselijkheid. Dit is de centrale gedachte van het verbond.

Daartegenover staat de theologie van het offer. Daar ligt het initiatief niet bij God, maar daar zoeken mensen het met God op een akkoordje te gooien: ik doe iets, maar ik wil er iets voor terug, ik geef opdat ik iets ontvang. Maar Jeremia zegt duidelijk: godsdienst is dat God mensen in dienst neemt, om zijn werk na te streven en na te leven. Offertheologie draait het om: mensen nemen God in dienst.

 

In Gods dienst

Jeremia zegt: niets daarvan! Ben ik soms alleen een God van dichtbij? Ik ben ook een God van veraf, verheven boven alle persoonlijke belangen van mensen. Met zijn daad het tempelplein te reinigen van mensen die godsdienst hebben veranderd in zakendoen, wijst Jezus ons erop dat dit religie op z’n kop gezet is. Daarom kan Lucas er niet om heen en is belangrijk dat hij het toevoegt als evangelie.

Geloof zonder geweld, zonder uitbuiting, liefst zonder geld en andere praktijken die God op een afstand zetten. God wil zo aanwezig zijn dat wij ons geroepen voelen in zijn dienst mens en medemens te worden.

ds. Bert van der Woude

Sinds april 2000 werk ik als predikant binnen wat nu de Protestantse Gemeente Winschoten (PGW) heet. De eerste zeven jaar nog in combinatie met de gereformeerde kerk van Westerlee en nu ruim tien jaar volledig in Winschoten.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *