“Wij allen horen hen in onze eigen taal spreken …”

In deze maand juni vieren we Pinksteren. Dit feest van de geest heeft alles te maken met inspiratie en communicatie. Bij dat laatste hoort taal.

Taal is een fascinerend verschijnsel, want waar komt het vandaan? Geleerden zijn het niet eens over hoe, waar en wanneer mensen voor het eerst gingen spreken. Was dat een geleidelijk proces of kwam het ineens tevoorschijn? Niemand kan het met zekerheid zeggen, omdat het in ver verleden verborgen ligt, op z’n minst veertig tot zestigduizend jaar geleden. Ook al zijn er meer vragen dan antwoorden over de oorsprong van taal, dat doet niets af aan het belang van deze manier van communicatie.


Taal van verbeelding

Het is bij uitstek de manier van mensen geworden om zich uit te drukken en betekenis te verlenen aan het leven. Ook godsdienst bedient zich van taal, een heel eigen taal zelfs, die het met name van verbeelding moet hebben. Dat maakt het tot iets moois, maar ook tot iets spannends en leidt in een moderne wereld niet zelden tot misverstand en verdeeldheid. Ieder jaar hopen we weer dat Pinksteren als feest van taal, die iedereen aan kan spreken, opnieuw een verbindende werking heeft. Ik waag hier in ieder geval een poging om in de geest van Pinksteren een zinvolle bijdrage te leveren.


Aangesproken door God

In de Bijbel wordt God vaak sprekend aangeduid en lange tijd zijn daar weinig of geen vragen bij gesteld. Het stond in de Bijbel, dus men nam het aan. Daar is echter verandering in gekomen en ik denk ten goede. Niemand heeft immers in onze moderne tijd ooit God horen spreken en wie beweert van wel, heeft op z’n minst iets uit te leggen. God horen spreken is – letterlijk genomen – onmogelijk, maar als we een iets andere wijze van uitdrukken kiezen, dan opent dat meer begrip. Als ik zeg, dat ik me door God aangesproken weet of voel, dan klinkt dat al heel anders. We hebben het nog steeds over spreken, maar er is ruimte gekomen voor persoonlijke ervaring.


Alle talen door elkaar

Toegepast op de tekst uit Handelingen 2, waarvan ik een gedeelte heb aangehaald boven dit meditatief, helpt dat bij de duiding. Lucas, de auteur van Handelingen vertelt een verhaal over mensen, die van alle kanten zijn toegestroomd als pelgrims naar Jeruzalem. Een realistisch beeld, dat kan iedereen bevestigen die in onze tijd een bezoek brengt aan deze even prachtige  als verwarrende stad. Op straat hoor je allerlei talen door elkaar. Wie door de soeks van Jeruzalem loopt en in gesprek is met een medereiziger, wordt door de verkopers feilloos herkend als Duitser, Nederlander, Japanner of Amerikaan. De klanken van onze eigen taal verraden ons.

Zo heeft Lucas in zijn dagen geen enkele moeite om het beeld van de drukte van Jeruzalem op te roepen. Maar dan verlaat hij de waarneembare werkelijkheid om duidelijk te maken dat de volgelingen van Jezus iets te melden hebben dat iedereen aanspreekt.


Wat spreekt ons aan?

De manier waarop hij dat meedeelt lijkt realistisch – allemaal horen ze de boodschap in hun eigen taal – maar de buitenkant is hier verlaten. Het beeld van de letterlijk vele en verschillende talen wordt gebruikt om ons als lezers te laten weten, dat mensen zich aangesproken voelen. En niet algemeen, maar persoonlijk. Op het moment dat we deze bedoeling ontdekken, staan we niet langer buiten schot. Wat is het dan wat ons aanspreekt? Welke woorden, welke gedachten, welke doelen, welke mensen, welke zin, welke samenhang? Wat neemt ons mee, waar worden we enthousiast van? Opeens zijn ook de vlammen, die zich tonen op de hoofden van de apostelen niet vreemd. Zij zijn evenzeer een uiterlijk beeld van wat innerlijk gevoeld wordt.

Zo werkt taal. Woorden kunnen beelden oproepen en beelden kunnen ons raken en bewegen. Dat is de kracht, maar ook de grens van taal. Zodra we de beelden die taal beschrijft en oproept tot tastbare dingen gaan maken, sterft de poëzie en maken we het kwetsbare banaal. We denken er wat bij te winnen door de stellen dat het echt zo gebeurd is, maar in feite plaatsen we onszelf dan buitenspel en worden niet wezenlijk geraakt. Dat laatste is nu juist de bedoeling. Daar stuurt de geest van Pinksteren op aan en hoe mooi zou het zijn als dit feest ons dit keer opnieuw weet te bezielen.

Dat wens ik in ieder geval u en jullie allemaal toe!

ds. Bert van der Woude

Sinds april 2000 werk ik als predikant binnen wat nu de Protestantse Gemeente Winschoten (PGW) heet. De eerste zeven jaar nog in combinatie met de gereformeerde kerk van Westerlee en nu ruim tien jaar volledig in Winschoten.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *